Gokken wat er mis is kost tijd. Meten kost seconden. Een multimeter is het gereedschap dat het verschil maakt tussen een uurtje zoeken en direct weten.
Je hebt geen duur apparaat nodig. De D03048 van Duratool is een degelijke instapkeuze voor de maker die spanning, weerstand en continuiteit wil meten. Voor serieuzere toepassingen kijk je naar de Chauvin Arnoux-lijn.
Spanning meten
Spanning meet je parallel: beide pennen aan de twee punten waartussen je de spanning wilt weten, circuit blijft aan. Zet de meter op DC voor batterijen, voedingen en digitale schakelingen. AC voor netspanning — maar werk je aan netspanning, dan is dit artikel niet genoeg.
De zwarte pen gaat naar massa of het referentiepunt, de rode naar het meetpunt. Verkeerd om geeft een negatieve waarde — geen schade, alleen omdraaien.
Meet altijd op een paar plekken: voedingsingang, uitgang van de regelaar, vlak bij de IC. Spanningsvallen over bedrading, connectoren en regelaars vertellen je precies waar het probleem zit.

Weerstand meten
Weerstand meet je met de spanning eraf. In een werkende schakeling beïnvloeden parallelle paden de meting — je meet niet de losse weerstand, maar de parallelschakeling met alles eromheen. Til de component uit het circuit of meet hem los.
Wil je snel controleren of een weerstand klopt? Kleurcode lezen en daarna meten is twee seconden werk. Een 10 kΩ weerstand zou bij 1% tolerantie tussen 9,9 kΩ en 10,1 kΩ moeten zitten.
Continuiteit: de piëpfunctie
De piëpstand is het meest gebruikte meetbereik op de werkbank. Pen op punt A, pen op punt B, piëp betekent verbinding. Gebruik het voor:
- Kabels testen: doorverbonden of gebroken?
- Soldeerverbindingen controleren na het solderen.
- Bruggen opsporen tussen aangrenzende pads op een SMD-print.
- Kortsluiting zoeken op een voedingslijn.
Let op: een piëp zegt dat er verbinding is, niet dat die verbinding goed is. Een slechte soldeerverbinding met hoge contactweerstand kan piëpen maar toch problemen geven bij stroom.
Diodetest
De diodetest meet de doorlaatspanning in voorwaartse richting. Een siliciumdiode zoals de 1N4007G zit typisch rond 0,6 tot 0,7 V. Een LED geeft een hogere waarde — rood typisch 1,8 V, blauw of wit rond 3 V — en licht ook even op. Een Schottky-diode geeft 0,2 tot 0,4 V.
In omgekeerde richting: geen doorgang, meter toont OL (open loop). Als een diode in beide richtingen geleidt, is hij kapot.
Stroom meten: de gevaarlijkste meting
Stroom meet je in serie. Dat betekent: circuit onderbreken, meter ertussen. De meter staat dan als nulweerstand in het circuit — het is een kortsluitpad voor de stroom.
Hier gaat het regelmatig mis. Als je de meter nog op de stroommeting (A of mA) hebt staan en je meet spanning, maak je een kortsluiting. De zekering in de meter springt — of erger. Zet de meter altijd terug naar de spanningsstand na een stroommeting. En begin bij twijfel op het hoogste bereik.