Schema van een opamp tussen voedingsrails waarbij het ingangssignaal buiten de gemarkeerde common-mode-band valt en de uitgangsswing een zichtbare marge tot de rail houdt.

Een opamp met de juiste voedingsspanning is niet automatisch geschikt voor je signaal. De ingang kan buiten zijn toegestane common-modebereik vallen, de uitgang kan de gewenste spanning niet halen of het signaal kan sneller veranderen dan de versterker kan volgen.

Controleer deze acht punten

  1. Voeding: controleer enkelvoudige of symmetrische voeding en het toegestane minimum en maximum.
  2. Ingangsbereik: vergelijk het volledige ingangssignaal met het gespecificeerde common-modebereik.
  3. Uitgangsswing: kijk hoe dicht de uitgang bij beide voedingsrails komt bij jouw belasting.
  4. Versterking en stabiliteit: controleer of de opamp stabiel is bij de gekozen gesloten-lusversterking.
  5. Bandbreedte: bepaal de benodigde gain-bandwidth bij de werkelijke versterking.
  6. Slew rate: controleer of snelle of grote signalen zonder slew-ratebegrenzing kunnen volgen.
  7. Nauwkeurigheid: beoordeel offset, offsetdrift, biasstroom en ruis voor je bronimpedantie.
  8. Belasting en uitvoering: controleer uitgangsstroom, capacitieve belasting, kanaalaantal, package en temperatuur.

Rail-to-rail input en rail-to-rail output zijn afzonderlijke eigenschappen. Ook een rail-to-rail uitgang houdt meestal enige afstand tot de voedingsrail; hoeveel hangt af van stroom, voeding en temperatuur. Gebruik daarom de tabellen en grafieken van het exacte datasheet.

Leg eerst voeding, signaalbereik, gewenste versterking, frequentie, nauwkeurigheid en belasting vast. Zoek daarna naar operationele versterkers en vergelijk de volledige specificaties en behuizing vóór bestellen.