
Bij een power-inductor staat vaak meer dan één stroomwaarde. Dat is geen herhaling: de ene grens gaat over het teruglopen van de inductantie door kernverzadiging, de andere over opwarming door verliezen. Beide kunnen het ontwerp begrenzen.
Controleer deze acht punten
- Inductantie: gebruik de waarde uit het ontwerp of de regelaardocumentatie, inclusief tolerantie.
- Piekstroom: vergelijk de maximale spoelstroom, niet alleen de gemiddelde uitgangsstroom.
- Isat: lees bij welke daling van inductantie de fabrikant deze waarde definieert.
- Irms: controleer de temperatuurstijging en testcondities achter deze rating.
- DCR: koperweerstand veroorzaakt verlies en spanningsval; controleer ook temperatuurinvloed.
- AC-verlies en frequentie: kern- en windingverlies hangen af van rimpel en schakelfrequentie.
- Afscherming en formaat: beoordeel magnetisch strooiveld, hoogte, footprint en montage.
- Temperatuur: combineer omgeving, eigen opwarming en toegestane componenttemperatuur.
Fabrikanten kunnen Isat en Irms volgens verschillende criteria definiëren. Vergelijk daarom niet alleen de grote waarde op de productpagina, maar ook de datasheetcurven voor inductantie en temperatuur tegen stroom.
Leg topologie, inductantie, piek- en RMS-stroom, frequentie, rimpel en omgeving vast. Zoek daarna naar power-inductors en controleer het exacte datasheet, de afmetingen en het thermische gedrag.