
Een 24-bit ADC levert niet automatisch 24 stabiele meetbits. Het aantal uitgangsbits beschrijft de digitale schaal, maar ruis, vervorming, referentie en ingangscircuit bepalen hoeveel informatie in de praktijk bruikbaar is.
Controleer deze acht punten
- Signaalbereik: bepaal minimum, maximum, common-mode en uni- of bipolaire ingang.
- Resolutie en LSB: bereken welke kleinste stap theoretisch nodig is.
- ENOB en ruis: gebruik de datasheetwaarden bij de relevante ingang, frequentie en data rate.
- Sample rate en bandbreedte: neem anti-aliasfiltering, settling en multiplexing mee.
- Architectuur: SAR, delta-sigma en andere typen hebben verschillende sterke punten en vertraging.
- Referentie: nauwkeurigheid, ruis, drift en ontkoppeling beïnvloeden de hele schaal.
- Analoge ingang: controleer impedantie, driver, acquisition time en toegestane overspanning.
- Interface en systeem: kanalen, SPI/I2C/parallel, klok, voeding, package en software tellen mee.
Vergelijk geen ADC's alleen op bits en samples per seconde. Zoek in de datasheet naar SNR, SINAD, ENOB, offset, gain error, INL, DNL en ruis onder de condities die op je toepassing lijken.
Leg signaal, benodigde echte resolutie, snelheid, kanalen en interface vast. Zoek daarna naar ADC's en voltage references en controleer het complete signaalpad.